|
Met grote verslagenheid geeft het ASC kennis van het
overlijden van
Professor Gerti Hesseling op 21 maart 2009
GERTI HESSELING
1946 - 2009

Gerti trad op 1 november 1979 als rechtswetenschapper
in dienst bij het Afrika-Studiecentrum (ASC), midden in een periode van
grote veranderingen in de organisatie van het Centrum. Van een model van
zes kleine onderzoekseenheden werd overgegaan op een structuur bestaande
uit twee grote onderzoeksafdelingen. Gerti ging deel uitmaken van de
Afdeling Politiek-Historische Studies. Toen al hield zij zich bezig met
het land dat – in meerdere opzichten – altijd een speciale plaats in
haar leven zou blijven innemen: Senegal. Haar proefschrift, dat zij in
1982 verdedigde, handelde over staatsrecht in dat land.

Gerti tijdens veldwerk in de Casamance, Senegal, 1980
Haar onderzoekswerk bleef echter niet tot Senegal
beperkt, maar strekte zich uit over het gehele Sahel-gebied. En
thematisch omvatte haar onderzoek zowel het macro-niveau (staatsrecht)
als het micro-niveau (zoals landrechten). Vanaf begin 1990 werd zij voor
een aantal jaren ‘uitgeleend’ aan de Club du Sahel om, samen met
Afrikaanse collega’s, een groot multidisciplinair onderzoeksproject naar
de relatie tussen landrechten en ‘sustainable development’ te
coördineren.
Wellicht de belangrijkste periode voor zowel Gerti als het ASC was haar
directeurschap in de periode 1996-2004. Op basis van het rapport van de
zgn. structuurcommissie werd onder Gerti’s bezielende leiding een
omvangrijke reorganisatie van het Centrum doorgevoerd. Een geheel nieuwe
managementstructuur werd gecreëerd, met voor het eerst een directeur met
volle verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken, een
bestuur (Curatorium) op afstand, een Wetenschappelijke Raad van Advies,
een scheiding van algemeen (MT) en wetenschappelijk management (WT) en
de instelling van themagroepen. Ook op het terrein van het interne
management kwam onder haar veel tot stand (functieprofielen,
functionerings- en beoordelingsgesprekken, verbetering van de interne
carrièreperspectieven, etc.). Het is aan Gerti’s inzet te danken dat het
Curatorium van het begin af aan uit klinkende namen heeft bestaan. De
instelling ervan, in mei 1997, was een grote gebeurtenis.

Gerti tijdens de feestelijke
inhuldiging van het
Curatorium, september 1997
Tijdens (en zeker ook dankzij) Gerti’s directeurschap
zijn de banden met het Ministerie van Buitenlandse Zaken sterk
aangehaald. Meer in het algemeen heeft zij er in het bijzonder aan
bijgedragen dat het ASC veel duidelijker op de kaart is komen te staan
dan voorheen. Een goed voorbeeld daarvan was het 50-jarig bestaan dat in
1998 met een grote manifestatie in Amsterdam werd gevierd en waarbij ook
een heel nieuw onderzoeksthema werd gelanceerd, te weten Afrikanen in
Nederland. Mede op grond van de enthousiaste wijze waarop zij haar
directeurschap vervulde werd zij ook verzocht (en stemde zij er na enige
aarzeling in toe) om voorzitter van de RAWOO (de Raad van Advies voor
Wetenschappelijk Onderzoek in Ontwikkelingslanden) te worden, een
functie die zij van september 2003 tot eind 2005 vervulde.
In 2004 trad Gerti terug als directeur om zich gedurende de laatste
jaren van haar loopbaan weer geheel aan het academische werk te kunnen
wijden. Haar benoeming, in 2006 tot bijzonder hoogleraar Vredesopbouw en
de Rechtsstaat op de Koningsberger leerstoel aan de Universiteit Utrecht
was wat dat betreft de kroon op haar werk. Tot het laatst toe, zelfs in
de wetenschap dat zij niet lang meer te leven had, heeft zij gewerkt om
een aantal wetenschappelijke publicaties af te ronden.
Gerti heeft heel veel betekend voor het ASC en voor de Nederlandse
afrikanistiek in het algemeen. Wij verliezen in haar een markante
persoonlijkheid: enthousiast, bezield, belangstellend en uiterst sociaal.
Wat dat laatste betreft zullen velen – inclusief veel Afrikaanse
gastmedewerkers – goede herinneringen bewaren aan de bijzonder gezellige
ontvangsten (met uitstekende maaltijden!) bij haar en Gerard thuis.
|